:”

Interview met Robert van Beek in het Financieele Dagblad  

Winnaar van de Nobelprijs voor de economie Herbert Simon toonde in de jaren zeventig al aan dat mensen niet volledig rationeel handelen. De praktische toepassing van gedragseconomie in de beleggerswereld staat echter in de kinderschoenen.

Gedragseconomie is de studie van de psychologische en sociologische factoren die een rol spelen bij het nemen van financiële besluiten, zoals over prijzen en rendementen. Een voorbeeld van de emotionele impact? Zowel u als particuliere belegger als professionele beleggers maken systematisch denk- en beoordelingsfouten bij het nemen van beleggingsbeslissingen. U en zij kunnen niet goed risico’s inschatten of informatie verwerken en laten zich leiden door emotie.

Onze hersenen maken zogenoemde shortcuts, ook wel heuristieken en ‘biases’ genoemd. ‘En soms is dat goed’, zegt financieel planner Robert van Beek van About Life & Finance. ‘Want als we worden geconfronteerd met een leeuw die plots voor ons staat, dan schrikken we en lopen we weg, gewoon op de automatische piloot. Het zou goed zijn alle scenario’s rationeel te overdenken, risico’s in te schatten, welke kant op, maar dan ben je wellicht te laat.’

Ook in de praktijk handelen mensen niet volledig rationeel bij het nemen van beslissingen. Niets nieuws onder de zon, denkt u wellicht. Toch worden veel particuliere beleggers nog steeds behandeld alsof zij wel volledig rationeel handelen. In traditionele beleggingsvragenlijsten van financiële instellingen wordt bijvoorbeeld nog nauwelijks aandacht besteed aan de impact van emoties bij beleggers. In een klassieke economische theorie wordt verondersteld dat alle mensen dezelfde voorkeuren hebben en over volledige kennis beschikken van alle alternatieven. Ze zouden de gevolgen van hun besluiten kunnen overzien. Kortom, mensen gedragen zich rationeel en calculerend en streven naar nutmaximalisatie. Dit houdt in dat u probeert met beperkte middelen uw behoeften zo goed mogelijk te bevredigen. ‘Door te beseffen dat ook emotionele factoren een rol spelen bij beleggingsbeslissingen verhoogt de belegger zijn kansen om zelf beter onderbouwde beslissingen te nemen die een beter resultaat zullen geven’, stelt Arnaud Stutterheim, managing partner bij Persist Global Wealth Management.

Onderzoekers in de gedragseconomie willen de kloof tussen de klassieke economie en de psychologie overbruggen. Ze willen verklaren hoe en waarom mensen en financiële markten doen wat ze doen. Als we zouden veronderstellen dat mensen irrationele wezens zijn, zouden we ook kunnen betogen dat mensen irrationeel handelen. Aangezien markten uit mensen bestaan, zijn markten dus ook irrationeel. Dat verondersteld, heeft iedereen zo zijn eigen psychologie vanwaaruit hij of zij beslissingen neemt. In zijn boek Thinking Fast and Slow beschrijft een van de grondleggers van de gedragseconomie, Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman, twee psychologische systemen. Het ene systeem werkt automatisch en snel, met weinig of geen inspanning en geen gevoel voor controle, eerder intuïtief. Het andere systeem werkt juist langzaam en doordacht. Er is dan sprake van bewuste aandacht voor bijvoorbeeld ingewikkeldere berekeningen.

“Shortcuts: Als we worden geconfronteerd met een leeuw die plots voor ons staat, dan schrikken we en lopen we weg, gewoon op de automaat”

Vooral particuliere beleggers nemen intuïtief beslissingen (eerste systeem) over complexe vraagstukken, met alle mogelijke gevolgen van dien. Denk aan ons voorbeeld van de leeuw. Een belangrijke heuristiek is de zogeheten ‘1/ndiversificatie’. Als een particuliere belegger bijvoorbeeld vijf aandelen selecteert, zal hij of zij de inleg in gelijke mate spreiden over deze aandelen, oftewel in elk aandeel 20% van de inleg. Beleggers passen deze regel waarschijnlijk toe omdat ze hiermee hun beleggingen goed denken te spreiden. Het is ook niet verkeerd gedacht. Zo is het bijvoorbeeld een robuuste (en daardoor goede) keuze als er veel onzekerheden in de markt zijn. Daarnaast is het een regel die mogelijke spijt van beleggers kan beperken. Helaas passen beleggers deze regel niet altijd optimaal toe, waardoor ze soms naïef beleggen. Er zijn drie oorzaken waardoor het vaak misgaat. Ten eerste stoppen veel beleggers vrij weinig aandelen in hun portefeuille, waardoor ze uiteindelijk toch niet goed zijn gespreid. Ten tweede leidt de 1/n-diversificatieheuristiek tot een verdeling over beleggingscategorieën die sterk kan afwijken van de portefeuille die ze het liefst zouden aanhouden. Tot slot spreiden beleggers vaak hun allocaties gelijkelijk over de beleggingsalternatieven. De keuze voor die alternatieven blijkt echter sterk af te hangen van hun zichtbaarheid, of het zichtbare aanbod. Stutterheim: ‘Particuliere beleggers kunnen zich wapenen tegen de gevolgen van denkfouten en emotionele barrières door expliciet een beleggingsstrategie vast te stellen en daar consistent aan vast te houden’.

De oude en moderne financiële theorieën gaan ervan uit dat mensen zekere winsten prefereren boven onzekere winsten. Dit impliceert dat mensen risicoavers zijn. Echter wanneer het aankomt op verlies, verkiezen mensen een onzeker boven een zeker verlies. Zo blijkt dat wanneer mensen kunnen kiezen tussen een zeker verlies van €500 en aan de andere kant een kans van 50% om niets te verliezen en 50% op een verlies van €1000, het merendeel kiest voor de laatste optie. Veel mensen hebben een natuurlijke weerstand tegen het nemen van risico om winst te behalen, maar vertonen tegelijk wel risicovol gedrag om verliezen te vermijden. Deze gedragstegenstelling kan invloed hebben op de uiteindelijke assetallocatie, die op zijn beurt weer bepalend is voor het verwachte rendement en risico. Zicht daarop is vaak nodig om de wensen en doelen van beleggers recht te kunnen doen.

Verder kan deze zogeheten ‘gedragsbias’ ertoe leiden dat mensen moeilijk afscheid kunnen nemen van financiële beleggingsproducten die op verlies staan. Van Beek: ‘De laatste tijd zie je dat in vragenlijsten voor vaststelling van het beleggingsrisicoprofiel bijna quizachtige vragen worden gesteld aan de potentiële beleggers. Het blijkt dat die kansberekening en gokken heel anders beleven, ook al wordt dikwijls de relatie tussen beleggen en een casino gelegd. Op deze manier invulling geven aan emotie in een risicoprofiel leek een voor de hand liggende oplossing, maar het is geen garantie voor betere resultaten.’

Er is meer nodig om de belegger betere beslissingen te laten nemen dan de huidige vragenlijsten voor het beleggingsrisicoprofiel. Zeker questionnaires zonder aandacht voor emotie en gedrag maken van mensen geen betere beleggers. Gelukkig gaan de ontwikkelingen rond gedragseconomie in een sneltreinvaart en komt er steeds meer wetenschappelijk bewijs waar de particuliere en de professionele belegger voordeel uit kunnen halen. Want er is maar één antwoord mogelijk op de vraag of u een homo economicus bent of een emotiegedreven individu. U bent beide. Welke partij voert deze kennis op goede wijze

Verschenen in : Het Financieele Dagblad 01-09-2018

 

DOWNLOAD HET ARTIKEL HIER18-09-01.1 wil-de-echte-homo-economicus-opstaan

 

Robert van Beek

Robert van Beek

Consultant (CFP® €FA FFP)

Robert van Beek is auteur en vertaler van een 20-tal boeken over adviesverlening. Samen met Jan Andel en Ramon Wernsen schreef hij voor Wolters Kluwer: “Financieel advies: de volgende stap”. Als consultant (CFP® €FA FFP) en lid van verschillende professionele organisaties volgt hij wereldwijd de trends in adviesverlening

Copy protected!

Contact
close slider