Geen cent wijzer

Iedereen herinnert zich wel die middelbare schoolleraar die een theorie tot leven brengt. Onze natuurkundeleraar wist de kloof tussen wetenschap en praktijk (lees de wereld van pubers) als geen ander te overbruggen. Hij legde ingewikkelde theorieën uit aan de hand van praktijkvoorbeelden. Dit had wel tot gevolg dat ik het mooie glasservies van mijn moeder in het afwaswater stuk knipte. Geslaagde toepassing van de theorie, minder blije moeder, 10 voor het theorieproefwerk de volgende dag.

Toen ik jaren later lesmateriaal voor de financiële wereld ging ontwikkelen aan de hand van research zag ik weer die kloof. De meeste onderzoeken op het gebied van Behavioral Finance vinden plaats in afgesloten gebouwen heel ver weg van de dagelijkse praktijk. Deze onderzoeken worden vaak ook nog eens uitgevoerd door  ivoren torens types die zelden of nooit met een financiële professional hebben gewerkt, niet daadwerkelijk met hun voeten in de klei hebben gestaan of zelfs maar een klant in levende lijve hebben ontmoet. Dit resulteert in een enorme kloof tussen onderzoekers en adviseurs.

Aan de andere kant schieten de ‘deskundigen’ op het gebied van geld en gedrag plotseling als paddenstoelen uit de grond. Zonder enige onderbouwing of gevalideerd onderzoek, worden technieken aangeboden die in andere disciplines inmiddels achterhaald en ook niet wetenschappelijk onderbouwd zijn. Ook zijn er ‘carrière switches’ bij deskundigen die in het verleden hun handen niet vuil wilden maken aan het jarenlang ploeterende pionierswerk maar nu het licht zien. Helaas niet vanuit hoe financiële psychologie daadwerkelijk financiële gezondheid kan bevorderen maar  in de vorm van een nieuwe markt. Want waar iets trendy is en er is vraag, dan is het niet zo moeilijk om er voor de financieel professional een financiële variant van te maken en regels te bedenken. Hierbij blijft het vaak beperkt tot nog steeds rationeel gefocuste uitgangspunten en technieken, liefst in een software en met grote stappen snel thuis. En belangrijker nog, ervan blijven uitgaan dat een besluitvormingsproces een rationele aangelegenheid is met hier en daar een afwijking bij de klant welteverstaan. Deze ‘afwijking` kan leiden tot het diskwalificeren van de klant: “deze is gewoonweg ongeschikt voor financiële planning of de belegging’” ook ontstaat er onzekerheid bij de adviseur, “mijn kleur past niet bij die van de klant en de kleuren staan in steen gebeiteld” want dit blijkt uit mijn vragenlijstje, of tool.

Het rationaliseren van het proces en profileren van de klant wordt zo een excuus. De AFM sprak eerder in het Financieel Dagblad van 1 maart 2019, naar aanleiding van eigen onderzoek naar emoties in het (beleggings)adviesproces, letterlijk over ”risicoprofilering, op het niveau van de ‘Cosmopolitan”. We zijn bijna een jaar verder bij de AFM is het verdacht stil.

Contact
close slider

Heeft u vragen?

Mail ons op team@fpie.eu of stel uw vraag via het formulier. We nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.